Waterschapsbedrijf Limburg
Postbus 1315
6040 KH ROERMOND
info wbl: e-mail

tel: 0888 420 000
fax: 0475 311 605

Zuiveringsproces

Het afvalwater gaat via het gemeentelijk rioolstelsel naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) bij u in de buurt. Het proces in een rioolwaterzuiveringsinstallatie is afgekeken van de natuur: het natuurlijke zelfreinigingsproces van water wordt er versneld nagebootst. Er zijn hierin drie fasen te onderscheiden: de mechanische fase, de biologische fase en de fase waarin splitsing plaatsvindt tussen gezuiverd afvalwater en zuiveringslib. Het zuiveringsslib wordt ontwaterd, waarna het behandeld wordt in éen van de slibdrogers. Daarna gaat het gedroogde slib naar de cementindustrie (ENCI). Bij de ENCI wordt het gebruikt als brandstof of vulstof.

Bij het verlaten van de installatie is het water gezuiverd. Het gezuiverde water is in zoverre van goede kwaliteit dat het onschadelijk is voor het leven in het oppervlaktewater. Het nog aanwezige restvuil kan daar verder op een natuurlijke manier worden afgebroken.
 
Mechanische zuivering
In de mechanische fase wordt het afvalwater uit het riool via een vijzelgemaal omhoog gebracht. Het grove vuil wordt uit het water gehaald door het door een rooster te laten stromen. In een aantal van de 18 installaties stroomt het water daarna nogmaals door een –fijner- rooster, waardoor ook kleiner vuil achterblijft. Het zand dat in het aangevoerde afvalwater aanwezig is, wordt in deze installaties verwijderd in een zandvanger. Hierin zinkt een mengsel van zand en slib naar de bodem. Schrapers schuiven dit bezinksel naar de afvoeropening in de zandvanger. Het zand en slib worden vervolgens gescheiden, waarna het zand wordt afgevoerd en het slib weer aan het water wordt toegevoegd.

Niet alle installaties hebben een zandvanger. In de installaties zonder zandvanger komt het vuile water in een voorbezinkbassin terecht, waar het een tijdje bijna stil blijft staan. Daardoor zakken zand en andere bezinkbare deeltjes naar de bodem. Schrapers op de bodem van het bassin schuiven het bezinksel naar de afvoeropening in het bassin. Ook het drijvende vuil wordt weggehaald. Het vuil dat in de afvoerputten terechtkomt wordt ‘primair slib’ genoemd.
 
Biologische zuivering
De biologische zuivering is de eigenlijke start van het water zuiveren.
Vanuit het voorbezinkbassin of vanuit de zandvanger komt het water in het beluchtingsbassin terecht. In dit bassin dragen bacteriën, ook wel actief slib genoemd, de zorg voor het zuiveren van het water: met behulp van veel zuurstof ‘eten’ zij het organisch vuil op. Deze zuurstof krijgen ze door het inblazen van lucht in het bassin. Na een aantal uren in dit bassin is vrijwel al het organische vuil afgebroken. Het water wordt vervolgens via een overstort naar een nabezinkbassin geloodst voor de laatste fase in het zuiveringsproces.
 
Splitsing in gezuiverd water en slib
Vanuit het beluchtingsbassin stroomt het biologisch gezuiverde water samen met de bacteriën naar het nabezinkbassin. Hier blijft het water een tijdje nagenoeg stilstaan om zo het slib naar de bodem te laten zinken en zo te scheiden van het gezuiverde water. De bacteriën op de bodem van het bassin worden door schrapers weggehaald, net als eventueel slib dat op het water drijft. Ze worden vervolgens weer naar het beluchtingsbassin teruggebracht.

Het water wordt naar een meetput getransporteerd. Hier wordt de hoeveelheid en de kwaliteit van het gezuiverd water gemeten voordat het op het oppervlaktewater wordt geloosd. Het water is nu voor 95% of meer biologisch gezuiverd. Het heeft nog niet de kwaliteit van drinkwater.

Als uw afvalwater is gezuiverd, gaat het terug naar de natuur: naar een beek of naar de Maas.
 
Slibverwerking
Na de laatste fase in het zuiveringsproces worden de bacteriën weer teruggebracht in het beluchtingsbassin. Door de vele afvalstoffen in dit bassin, vermenigvuldigen zij zich snel en ontstaat er ’actief slib’.

Dit actieve slib ondergaat samen met het primaire slib dat vergaard wordt in de mechanische fase diverse bewerkingsprocessen. Welke processen dat zijn is afhankelijk van het type rioolwaterzuiveringsinstallatie. Grof gesteld bestaan er twee typen: installaties mèt slibgistingstank en installaties zònder slibgistingstank.

In het eerste type, de installaties met slibgistingstank, vindt er in de voor-indikker allereerst een scheiding plaats tussen het water en het slib, door de laatste een tijdje te laten bezinken. Het vrijgekomen water ondergaat opnieuw het gehele zuiveringsproces, terwijl het slib naar de slibgistingstank gaat om daar bij 33° C te worden afgebroken. Na dit 20 tot 30 dagen durende proces gaat het slib naar de na-indikker, waar een deel van het nog aanwezige water van het slib wordt gescheiden door het te laten staan. Het ingedikte slib uit de na-indikker wordt mechanisch ontwaterd met behulp van zeefbandpersen of centrifuges. Het ontwaterde slib wordt tenslotte gedroogd in de slibdrogers van de zuiveringsinstallaties in Venlo, Susteren of Hoensbroek.

In type 2, de installaties zonder slibgistingstank, wordt het slib in de slibdrooginstallatie ontwaterd om een eindproduct te krijgen dat een zo gering mogelijk volume heeft. In de drooginstallatie wordt het slib uit de slibindikker eerst ontwaterd met centrifuges. De verdere wateronttrekking vindt in een trommeldroger plaats. In deze ronddraaiende trommel wordt verwarmde lucht over het slib geleid. Het gedroogde vaste materiaal gaat als fijne korrels naar de ENCI te Maastricht, waar het gebruikt wordt in de cementindustrie.



17 apr. 2008 13:37